Wet arbeidsmarkt in balans (Wab); een verbetering ten opzichte van de WWZ?

Het zal u niet zijn ontgaan, op 9 november jl. heeft minister Koolmees het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans naar de Tweede Kamer gestuurd. De belangrijkste veranderingen worden hierna voor u op een rij gezet (voor een nadere toelichting verwijs ik u naar een eerdere bijdrage: Ontwikkelingen in het arbeidsrecht – een update):

  • de mogelijkheid om ontslaggronden te “combineren”, waardoor een werkgever makkelijker afscheid kan nemen van een werknemer;
  • het recht van een werknemer op de transitievergoeding vanaf dag één van zijn dienstverband;
  • de opbouw van de transitievergoeding is na 10 jaar in dienst te zijn geweest gelijk aan de jaren daarvoor;
  • onder bepaalde voorwaarden wordt een werkgever gecompenseerd voor de transitievergoeding die hij heeft betaald aan een zieke werknemer of in geval van beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van een kleine onderneming vanwege pensionering of ziekte;
  • een werkgever kan maximaal drie tijdelijke contracten in drie jaar tijd aanbieden zonder dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat;
  • verruiming van de proeftijd naar maximaal drie (voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten voor de duur van meer dan twee jaar) respectievelijk vijf maanden (bij het direct aanbieden van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd);

De doelstelling van de Wab is om het werkgeverschap aantrekkelijker te maken door onder andere sneller en eerder personeel een vast contract aan te bieden. Het meest gehoorde geluid onder de ondervraagde leden van de VAAN (Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland) is dat de Wab in overwegende mate een verbetering is, maar dat aan diverse knelpunten op de arbeidsmarkt niet wordt tegemoet gekomen.

Vooral de verruiming van de proeftijd wordt gezien als een dooddoener. De wetgever stelt de werkgever immers in de gelegenheid om gedurende vijf (!) maanden te beslissen of hij wel echt met een werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wenst aan te gaan. Leidt de verruiming van de proeftijd er niet juist toe dat minder arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd worden aangegaan?

Verder is de ongewijzigde regelgeving omtrent de loondoorbetaling bij zieke werknemers een veelgehoord kritiekpunt. Het terugbrengen van de loondoorbetalingsperiode bij ziekte naar bijvoorbeeld één jaar (in plaats van de huidige twee jaren) zou bij uitstek een middel zijn geweest om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om een contract voor onbepaalde tijd aan te bieden. Een gemiste kans dus.

De meerderheid juicht echter wel de cumulatiegrond (waarmee het mogelijk wordt gemaakt om ontslaggronden te combineren) toe. Anderen vinden echter dat er (nog steeds) sprake is van een complex ontslaggrondenstelsel.

Zal de Wab leiden tot meer balans op de arbeidsmarkt? De toekomst zal het leren.

mr. Marcel (M.) Kokx
mr. Laurys (L.J.H.) Stein
mr. Daniëlle (D.M.L.) Heberle
mr. Ellen (E.H.T.) Kleeven

Copyright © 2019 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie