Burgemeester Aboutaleb ook een boegbeeld voor de wereldtentoonstelling EXPO2020 Dubai De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb wordt net als Minister Sigrid Kaag een boegbeeld voor de Nederlandse deelname aan de wereldtentoonstelling EXPO2020 Dubai. Onder de noemer ‘EXPO Champion’ zal hij het Nederlands bedrijfsleven inspireren en informeren over de kansen die de Golfregio en EXPO bieden. Tegelijkertijd draagt hij ook bij aan het creëren van internationale zichtbaarheid van Nederlandse innovaties op gebied van water, energie en voedsel. Aboutaleb: “Nederland is een klein land. Wij hebben niet de oppervlakte om heel de wereld te voeden, maar we hebben geweldige technologie en kennis in huis om te laten zien waar we goed in zijn als het gaat om water, energie en voedsel. Als missieleider van een succesvol bezoek aan de VAE met Nederlandse innovatieve bedrijven heb ik eerder dit jaar met eigen ogen kunnen zien hoe onze bedrijven daar in trek zijn.” EXPO 2020 Dubai Van 20 oktober 2020 tot en met 10 april 2021 vindt de 35e universele wereldtentoonstelling plaats in Dubai, in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Onder het thema ‘Connecting Minds, Creating the Future’ presenteren een recordaantal van 192 deelnemende landen ideeën, innovaties en technologieën die in het teken staan van de Sustainable Development Goals. De organisatie schat dat de EXPO zo’n 25 miljoen bezoekers zal trekken, waarvan 70% internationaal afkomstig uit o.a. India en China. Springplank In de VAE zijn circa 300 Nederlandse ondernemingen actief, de export per jaar naar de Golfregio bedraagt meer dan 14 miljard euro. De landen daar zijn grootverbruikers van water en energie. En voedsel wordt grotendeels geïmporteerd. Het besef dat dit anders moet is groeiende en de ambities binnen deze drie thema’s van de Golflanden zijn hoog. Hiervoor is veel kennis en ervaring nodig. En ook elders in de wereld zijn er grote uitdagingen waar het gaat om het duurzaam omgaan met water, voedsel en energie. Zo raken 11 van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN deze drie thema’s. Nederlandse bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties hebben een grote kennis en kunde in huis en kunnen dus een belangrijke rol spelen bij de oplossingen. Minister Kaag: ‘Daarom wordt EXPO2020 voor handel in de Golfregio een springplank die veel verder reikt dan alleen de wereldtentoonstelling.’
Ministers Van Engelshoven en Slob verbeteren overgang tussen vmbo en mbo Er komt een betere overgang tussen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Scholen voor vmbo en mbo kunnen hun opleidingen als één geheel gaan aanbieden aan leerlingen. Onderwijsministers Van Engelshoven en Slob gaan dit wettelijk regelen. Ze streven ernaar om dit najaar een wetsvoorstel hierover naar de Tweede Kamer te sturen. Dit melden zij vandaag in een brief over het programma Sterk Beroepsonderwijs aan de Kamer. Vmbo en mbo scholen werken steeds vaker samen. Het ministerie van Onderwijs stimuleert dit. Scholen delen bijvoorbeeld hun lokalen of apparatuur. Met het nieuwe wetsvoorstel kunnen zij straks ook samen opleidingen gaan vormgeven en aanbieden in een zogeheten doorlopende leerroute. Minister Van Engelshoven: ‘Onze ambitie is dat vanaf 2020 iedere jongere in elke regio op elk niveau terecht kan in een doorlopende leerroute van vmbo tot en met mbo.’ Minister Slob: ‘Om jongeren alle kansen te geven, moeten we ervoor zorgen dat de overgang tussen vmbo en mbo optimaal verloopt. Ook om te voorkomen dat studenten uitvallen of geen baan kunnen vinden.‘ Vmbo scholieren hoeven niet meer perse eerst hun vmbo-diploma te halen, voordat ze verder kunnen op het mbo. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld vanaf de derde klas vmbo al lessen volgen op de mbo-locatie. Ze kunnen deze stof eerder afsluiten. Ze kunnen eerder beginnen aan een stage. Scholen kunnen met één docententeam gaan werken. Docenten kunnen overlappende vmbo en mbo lesstof in één keer en op één manier aanbieden. Dit komt het leerproces ten goede. Studenten kunnen dus een mbo-diploma halen zonder dat ze eerst het vmbo-examen hebben afgelegd. Door het vervallen van examentraining en snellere doorstroming is er meer tijd voor bijvoorbeeld loopbaan oriëntatie, voor maatwerk en voor extra begeleiding voor jongeren die dit nodig hebben. Jongeren die behoefte hebben aan meer uitdaging kunnen zich meer verdiepen of sneller doorstromen. Uit experimenten en pilots blijkt dat jongeren in deze leerroutes minder vaak hun school verlaten, minder switchen en vaker en sneller een startkwalificatie behalen. Vmbo en mbo scholen kunnen de leerroutes zelf invullen. Het ministerie van onderwijs ondersteunt hen hierbij zodat ze niet zelf het wiel hoeven uit te vinden. Op www.sterkberoepsonderwijs.nl komen ook voorbeelden en handreikingen beschikbaar, waaronder een format voor een samenwerkingsovereenkomst en modellen voor financiële afspraken.