Turboliquidatie gevolgd door overdracht van onderneming? Let op voor bestuurdersaansprakelijkheid!

 

Op 14 mei 2019 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch een voor de (rechts)praktijk interessant arrest gewezen op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid (ECLI:NL:GHSHE:2019:1825). In de zaak die het gerechtshof beoordeelde, ging het om een uitvaartonderneming (hierna “A B.V.”) die, vlak nadat zij geconfronteerd werd met een voor haar negatieve rechterlijke uitspraak (die erop neerkwam dat A B.V. een bedrag van € 170.000,- aan een ander (hierna “X”) diende te betalen), besloot om haar activiteiten te beëindigen door middel van een zogenaamde turboliquidatie. Vervolgens besloot het bestuur van A B.V. om een nieuwe vennootschap op te richten (hierna “Y”) die soortgelijke activiteiten ontplooide. In het handelsregister werd geregistreerd dat de A B.V. haar onderneming per datum ontbinding had overgedragen aan deze derde/gelieerde vennootschap Y. X zag zich daarmee dus geconfronteerd met een ontbonden vennootschap die geen verhaal bood, terwijl Y de exploitatie van de onderneming had overgenomen. X liet het hier niet bij zitten en startte een procedure om (onder meer) de bestuurders van A B.V. aan te spreken op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.

In art. 2:19 lid 4 BW is bepaald dat een rechtspersoon ophoudt te bestaan indien de rechtspersoon op het tijdstip van haar ontbinding geen baten (verhaalsmogelijkheden) meer heeft. Vereffening hoeft dan niet plaats te vinden. Als deze situatie zich voordoet, heeft het bestuur de bevoegdheid om tot ontbinding van de rechtspersoon over te gaan. Schuldeisers van de betreffende rechtspersoon die het daarmee niet eens zijn, kunnen (onder voorwaarden) een verzoek indienen tot heropening van de vereffening indien vereffening ten onrechte achterwege is gebleven, bijvoorbeeld omdat er wel baten aanwezig blijken te zijn. Als dit laatste het geval is, wordt de vereffening heropend zodat de betreffende crediteur via die weg alsnog aanspraak kan maken op (een deel van) de opbrengst van die bate. In deze zaak had (het bestuur van) A B.V. gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot turboliquidatie (waarbij vereffening dus achterwege kan blijven wegens een gebrek aan baten). Problematisch (en vanuit het bestuur van A B.V. geredeneerd onhandig) was dat in het handelsregister werd ingeschreven dat Y de exploitatie van de onderneming van A B.V. had overgenomen. Dit laatste impliceert dat A B.V. wel degelijk over “baten” beschikte toen het bestuur besloot om over te gaan tot turboliquidatie, namelijk de exploitatie van een (nota bene winstgevende) onderneming. Er had dus vereffening moeten plaatsvinden.

Zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat het bestuur van A B.V. onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van X. Het bestuur heeft onrechtmatig gehandeld door te bewerkstelligen althans toe te laten dat A B.V. haar verplichtingen ten opzichte van X niet kon nakomen. Immers, zo redeneren de rechtbank en het hof, heeft het bestuur van A B.V. misbruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheid om rechtspersonen op te richten en te liquideren, althans heeft het bestuur van A B.V. misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen A B.V. en Y. Dit laatste door een nieuwe rechtspersoon op te richten die exact dezelfde activiteiten ontplooide als A B.V. terwijl A B.V. “leeg” achterbleef. Ten aanzien van deze omstandigheden kan het bestuur van A B.V. een persoonlijk en ernstig verwijt worden gemaakt zodat zij persoonlijk aansprakelijk zijn ten opzichte van X. Het bestuur werd door het hof veroordeeld tot betaling van totaalbedrag van € 195.508,- te vermeerderen met rente en kosten.

Dit arrest onderstreept hoe ver bestuurdersaansprakelijkheid kan reiken. Indien het bestuur van een vennootschap verkeerde keuzes maakt, kan dit tot gevolg hebben dat het bestuur met succes persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld voor schulden van een vennootschap. Wanneer u als bestuurder voor de keuze staat om te ontbinden of te vereffenen (althans het besluit om bepaalde activiteiten uit de rechtspersoon over te hevelen aan een derde) is het altijd zinvol om juridisch advies in te winnen. Een gedegen risicoanalyse door een gespecialiseerd jurist voorafgaand aan het nemen van dergelijke ingrijpende beslissingen kan voorkomen dat u zich uiteindelijk geconfronteerd ziet met een claim op uw privévermogen.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met:

BOSKAMP & WILLEMS ADVOCATEN

mr. T.G.G. (Tjeerd) Raijmakers

t.raijmakers@boskampwillems.nl

Dr. Holtroplaan 42 Eindhoven

T: 040 250 14 19

F: 040 250 14 50



 

Copyright © 2020 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie