Zit de hoogte van de billijke vergoeding in de lift?

Het is inmiddels ruim een jaar geleden sinds de Hoge Raad zich heeft uitgelaten over de wijze van berekening van de billijke vergoeding onder de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Het arrest, dat inmiddels in de praktijk het “New Hairstyle-arrest” (ECLI:NL:HR:2017:1187) wordt genoemd, heeft handvatten geboden voor onze rechtspraktijk.

De Hoge Raad stelt – kort samengevat – dat de wetgever niet heeft beoogd om aan de billijke vergoeding een punitief (straf) karakter toe te kennen. Daarentegen mogen de gevolgen van het ontslag voor de werknemer wel een rol spreken bij het vaststellen van de billijke vergoeding, voor zover de gevolgen van het ontslag zijn toe te rekenen aan de werkgever.

Het doel van de billijke vergoeding is om de werknemer uiteindelijk te compenseren voor de gevolgen van de vernietigbare opzegging. Ter vaststelling van die compensatie zal gekeken worden naar de situatie waarin de werknemer is komen te verkeren na de vernietigbare opzegging en de – hypothetische – situatie zonder vernietigbare opzegging. Hierbij kunnen volgens de Hoge Raad omstandigheden worden betrokken zoals bijvoorbeeld: het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd; of de werknemer inmiddels ander werk heeft gevonden; de mate van verwijtbaarheid aan de zijde van de werkgever; enzovoorts.

Het “New Hairstyle-arrest” heeft duidelijk gemaakt welk karakter aan de billijke vergoeding moet worden toegekend. Voor werkgevers is er een stukje “onzekerheid” bijgekomen, omdat de billijke vergoeding onder bepaalde omstandigheden zal worden vastgesteld op basis van een schatting van de inkomensderving van de betreffende werknemer, waarbij uiteraard het risico op een hoge vergoeding toeneemt naarmate de werknemer in kwestie (relatief) ongunstige kansen heeft op de arbeidsmarkt.

Tot besluit een tweetal recente voorbeelden van hoge vergoedingen. Zo heeft de rechtbank Noord-Holland op 16 januari 2018 (ECLI:NL:RBNHO:2018:310) een billijke vergoeding aan de werknemer, ten laste van de werkgever toegekend van EUR 534.000,- bruto. En diezelfde rechtbank heeft op 24 april 2018 (ECLI:NL:RBNHO:2018:3077) een billijke vergoeding toegekend van EUR 628.000,- bruto.

Werkgevers (maar natuurlijk ook werknemers) doen er goed aan zich bij een (voorgenomen) ontslag te laten adviseren over de (financiële) risico’s en de juridische mogelijkheden. Hierbij zijn wij u graag van dienst.

mr. Marcel (M.) Kokx
mr. Laurys (L.J.H.) Stein
mr. Ellen (E.H.T.) Kleeven
mr. Daniëlle (D.M.L.) Heberle

Copyright © 2019 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie