Deze website maakt gebruik van functionele en analytische cookies om u beter van dienst te kunnen zijn. Graag willen wij uw toestemming voor onze marketing cookies waarmee wij u betere en persoonlijkere aanbiedingen kunnen doen op partnersites. Gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies?

 

WOVOF: wat betekent de nieuwe wet voor werknemers bij een doorstart?

Het kabinet werkt al geruime tijd aan de Wet overgang van onderneming in faillissement (WOVOF). Met deze wet wil de regering de positie van werknemers bij een doorstart na faillissement versterken. Het uitgangspunt van de WOVOF is dat bij een overgang van onderneming in faillissement, ook in het geval van een pre-pack, alle arbeidsovereenkomsten van werknemers die op het moment van de faillietverklaring in dienst zijn en daadwerkelijk in de onderneming werken, van rechtswege overgaan op de verkrijger. Op die manier moet worden voorkomen dat werknemers bij een doorstart onnodig hun baan verliezen en buiten spel worden gezet. In de huidige situatie kan de overnemende partij zelf bepalen welke werknemers zij een nieuwe arbeidsovereenkomst aanbiedt. De WOVOF beoogt deze praktijk te beperken en de werkgelegenheid beter te beschermen. Voor kleine ondernemingen bevat het wetsvoorstel echter een uitzondering, waardoor zij onder bepaalde omstandigheden kunnen afwijken van de hoofdregel.

 

Na twee brede consultatierondes is het wetsvoorstel voorgelegd aan de Raad van State. De Afdeling advisering heeft daarbij verschillende kritische opmerkingen gemaakt. Zo wijst de Afdeling op het belang van tijdige en volledige informatievoorziening aan werknemers en de ondernemingsraad. In het wetsvoorstel is opgenomen dat de ondernemer de ondernemingsraad moet informeren zodra surseance van betaling of faillissement te voorzien is, maar een adviesrecht voor de ondernemingsraad ontbreekt. Dat wordt door de Afdeling advisering als een gemis gezien, juist omdat een doorstart grote gevolgen kan hebben voor de positie van werknemers.

 

Ook de keuze van de wetgever om de omvang van de failliete onderneming als criterium te hanteren voor de uitzondering roept vragen op. Omdat het merendeel van de faillissementen kleine ondernemingen betreft, bestaat het risico dat de uitzondering in de praktijk de hoofdregel wordt. Daarmee zou het wetsvoorstel zijn doel, namelijk betere bescherming van werknemers bij een doorstart, mogelijk niet bereiken. In dat kader merkt de Afdeling advisering bovendien op dat aan het gebruikmaken van de uitzondering voor kleine ondernemingen aanvullende verplichtingen zijn verbonden, terwijl in de toelichting bij het wetsvoorstel niet wordt uitgelegd of deze extra verplichtingen voor juist deze ondernemingen geen onevenredig zware last vormen.

 

Tot slot plaatst de Afdeling advisering kanttekeningen bij de gekozen constructie waarbij de verkrijger werknemers een nieuwe arbeidsovereenkomst moet aanbieden. In de praktijk zegt de curator na faillietverklaring vaak de bestaande arbeidsovereenkomsten op, waarna de verkrijger verplicht is een nieuwe overeenkomst aan te bieden met dezelfde arbeidsvoorwaarden als bij de failliete werkgever. Volgens de Afdeling advisering kan deze werkwijze nadelig uitpakken voor zowel werkgevers als werknemers en leiden tot praktische en juridische onzekerheid. Deze mogelijke nadelen worden in de toelichting bij het wetsvoorstel niet besproken en ook blijft onduidelijk of er alternatieven bestaan die minder administratieve lasten met zich brengen. De Afdeling adviseert de regering om dit alsnog nader toe te lichten.

 

Vanwege de kritische opmerkingen van de Afdeling advisering van de Raad van State heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel voorlopig aangehouden. De WOVOF zal daarom niet op korte termijn in werking treden en zal eerst verder moeten worden uitgewerkt.

Copyright © 2026 Boskamp & Willems Advocaten B.V. / Gebruik wifi / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie