Deze website maakt gebruik van functionele en analytische cookies om u beter van dienst te kunnen zijn. Graag willen wij uw toestemming voor onze marketing cookies waarmee wij u betere en persoonlijkere aanbiedingen kunnen doen op partnersites. Gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies?

 

Voorkom discussie: stel niet-opeisbare erfdelen tijdig vast

In de praktijk merken wij dat het regelmatig voorkomt dat iemands (niet opeisbare) erfdeel niet wordt vastgesteld. Dit kan voor problemen zorgen op het moment dat de vordering alsnog opeisbaar wordt. Alsdan zal de hoogte alsnog vastgesteld moeten (kunnen) worden hetgeen voor discussie of bewijsrechtelijke problemen kan zorgen. Het is dan ook raadzaam om deze vordering direct vast te stellen bij het overlijden van erflater. Indien daarover geen overeenstemming kan worden bereikt dan kan dit ook in een procedure worden vastgesteld. Dit voorkomt in een later stadium discussie en / of bewijsproblemen.

Het voorgaande zal ik toelichten aan de hand van een door de rechtspraak gepubliceerd praktijkvoorbeeld, waarover de rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2025:4214) heeft geoordeeld. Erflater was ten tijde van zijn overlijden in gemeenschap van goederen gehuwd. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren. Na het overlijden van erflater is discussie ontstaan over de hoogte van de niet opeisbare vordering van de kinderen en is de kantonrechter verzocht deze vordering vast te stellen. Op grond van art. 4:15 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt, voor zover de erfgenamen over de vaststelling van de omvang van de in artikel 4:13 lid 3 BW bedoelde geldvordering niet tot overeenstemming kunnen komen, waarvan in dit geval sprake is, deze op verzoek van de meest gerede partij door de kantonrechter vastgesteld. De kantonrechter heeft vervolgens aan de hand van de boedelbeschrijving de niet-opeisbare vordering van de kinderen vastgesteld.

Zodra de niet-opeisbare vordering opeisbaar wordt, kan geen discussie meer ontstaan over de hoogte van deze vordering en dient deze voldaan te worden. De vordering wordt onder andere opeisbaar indien:

  1. de echtgenoot in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;
  2. wanneer de echtgenoot is overleden.

De vordering is ook opeisbaar in door de erflater bij uiterste wilsbeschikking genoemde gevallen.

Wij kunnen u behulpzaam zijn bij het in onderling overleg of in een procedure laten vaststellen van uw erfrechtelijke vordering. Ook als deze nu nog niet opeisbaar is. Heeft u vragen, neem dan contact met ons op

Copyright © 2026 Boskamp & Willems Advocaten B.V. / Gebruik wifi / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie