Slapend dienstverband na 104 weken ziekte niet zonder risico’s

De Wet compensatie transitievergoeding maakt het vanaf 1 april 2020 voor werkgevers mogelijk om bij het UWV compensatie te vragen voor de transitievergoeding die zij aan langdurig arbeidsongeschikte werknemers hebben betaald.

Vóór de invoering van de Wet compensatie transitievergoeding was de rode draad in de rechtspraak dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten als een werkgever bij een slapend dienstverband niet tot ontslag overgaat. De werknemer loopt dan de transitievergoeding mis. Volgens deze rechtspraak is een werkgever ook niet op grond van goed werkgeverschap verplicht om tot opzegging van de arbeidsovereenkomst over te gaan.

Ondanks dat de Wet compensatie transitievergoeding inmiddels is aangenomen, komen slapende dienstverbanden in de praktijk nog veelvuldig voor. Instandhouding van een slapend dienstverband is voor een werkgever niet zonder risico’s, omdat rechters verschillend oordelen. Dit blijkt maar weer uit twee kort na elkaar gewezen uitspraken van de rechtbank Overijssel (d.d. 21 maart 2019) en de rechtbank Den Haag (d.d. 28 maart 2019).

De eerstgenoemde kantonrechter oordeelde dat de betreffende werkgever niet ernstig verwijtbaar had gehandeld door het dienstverband slapend te houden. Volgens de kantonrechter behoort het tot de keuzevrijheid van een werkgever om een arbeidsovereenkomst met een werknemer die meer dan twee jaar arbeidsongeschikt is al dan niet op te zeggen. De Wet compensatie transitievergoeding maakt dit niet anders. Van belang achtte de kantonrechter dat het nog niet geheel zeker is dat de Wet compensatie transitievergoeding ook daadwerkelijk per 1 april 2020 wordt ingevoerd. In ieder geval kan een werkgever niet eerder dan 1 april 2020 een verzoek tot toekenning van een compensatie aanvragen. Dit betekent dat een werkgever (zeer aanzienlijke) bedragen aan uitgekeerde transitievergoedingen moet voorfinancieren zonder dat vaststaat wat de termijn is waarbinnen hij daarvoor geheel of gedeeltelijk wordt gecompenseerd. In de betreffende zaak betrof het een werknemer die vóór 1 april 2020 de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en wiens arbeidsovereenkomst om die reden zal eindigen. Dat de betreffende werknemer de transitievergoeding bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd misloopt, maakt volgens de kantonrechter niet dat het in stand houden van een slapend dienstverband ernstig verwijtbaar is.

In Den Haag oordeelde de kantonrechter anders. In die zaak werd het dienstverband van een statutair directeur die lijdt aan kanker en blijvend ongeschikt is voor het verrichten van de eigen of aangepaste werkzaamheden slapend gehouden. De kantonrechter overwoog dat de bedoeling van de Wet compensatie transitievergoeding is om het voortbestaan van slapende dienstverbanden tegen te gaan. Gelet op deze bedoeling kan volgens de kantonrechter niet langer worden volgehouden dat het in stand laten van een slapende arbeidsovereenkomst geen strijd met goed werkgeverschap oplevert. Of sprake is van strijd met goed werkgeverschap is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De omstandigheid die in deze zaak leidde tot het oordeel dat sprake is van strijd met goed werkgeverschap was het ontbreken van enig zicht op het alsnog kunnen verrichten van werkzaamheden voor werkgever.
Heeft u te maken met een slapend dienstverband? Neem dan contact met ons op, zodat wij u kunnen adviseren over uw specifieke situatie.

mr. E.H.T. Kleeven

Copyright © 2019 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie