School krijgt huiswerk van de rechter

Op 14 februari 2018 heeft de rechtbank Oost-Brabant een opmerkelijk vonnis gewezen in een zaak die was aangespannen door ouders van een leerling van het Pius X College in Bladel[1] De ouders verweten de school in rechte dat er te weinig begeleiding was geboden aan hun dyslectische zoon waardoor hij niet in staat was gesteld om de HAVO te doorlopen.

Bij de aanmelding was vermeld dat de leerling in ernstige mate dyslectisch was en veel begeleiding nodig zou hebben. De ouders vinden de maatregelen die de school treft niet voldoende en dringen bij herhaling erop aan dat de school meer maatregelen treft en meer begeleiding biedt. In overleg met een door hen zelf in ingeschakelde remedial teacher stellen de ouders een plan van aanpak op waarin een aantal concrete punten worden genoemd. De school wijst de meeste voorstellen af. Vervolgens is de school van mening dat een HAVO-diploma niet haalbaar zal zijn, vanwege de problemen die er zijn met het leren van de talen. De ouders besluiten dat hun zoon naar een andere, particuliere school gaat waar hij twee jaar later wel zijn HAVO-diploma behaalt.

De ouders starten een gerechtelijke procedure waarin zij stellen dat de school aansprakelijk is omdat geen adequaat onderwijs heeft geboden, gelet op de vastgestelde dyslexie.

De rechter beoordeelt of de school tekortgeschoten is in het nemen van maatregelen die redelijkerwijs van haar verwacht mochten worden. De zorgplicht is in een eerder arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden[2] al geformuleerd: Het gaat om de pedagogische en didactische zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs en de bijbehorende leerlingenbegeleiding en hun ondersteuning. Van de school had verwacht mogen worden dat zij ingaat op voorstellen die door de leerling worden gedaan, tenzij de school gemotiveerd kan aangeven waarom daar in redelijkheid niet aan kan worden voldaan. Temeer omdat de voorstellen afkomstig waren van een remedial teacher, had de school deze ter harte moeten nemen. Dat dit niet zou passen in het regulier onderwijs verwerpt de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat de school niet voldoet aan de zorgvuldigheidsnorm en dus aansprakelijk is. De belangrijkste onderdelen uit de uitspraak zijn onder meer de volgende:

  • De begeleiding aan dyslexieleerlingen kan niet worden beperkt tot de leerlingen van het eerste leerjaar. Begeleiding moet actief worden aangeboden en gefaciliteerd, ook daarna;
  • Een individuele begeleiding is niet noodzakelijk, een groepsgewijze begeleiding kan volstaan, mits er voldoende aandacht wordt besteed aan de behoeften van de leerlingen;
  • Dyslectische leerlingen kregen geen extra tijd voor toetsen terwijl dat wel het uitgangspunt moet zijn;
  • Toetsen in vergroot lettertype hadden moeten worden aangeboden; dat de leerling daar niet expliciet om gevraagd heeft, is geen excuus;
  • Het gebruik van regel- of steunkaarten is door de school zonder deugdelijke onderbouwing afgewezen;
  • Er is enige vorm van maatwerk vereist, aangezien de vormen van dyslexie en de mate waarin dit voorkomt, kunnen verschillen;
  • De school heeft de voorgestelde aanpassingen niet of onvoldoende onderzocht of uitgeprobeerd;
  • De opmerking van de school dat de leerling beter naar een lager onderwijsniveau kan instromen, is niet onderbouwd en dat wordt de school ernstig aangerekend.

De gevorderde schade, zijnde het collegegeld voor de particuliere school en de kosten van de remedial teacher ten bedrage van € 24.387,- wijst de rechter niet toe. Niet gebleken is immers dat andere (reguliere) middelbare scholen niet de aanpassingen en de begeleiding konden bieden die nodig was. In het kader van de schadebeperkingsplicht is de keuze voor een (dure) particuliere school niet te rechtvaardigen. Ook de kosten van een remedial teacher die individuele begeleiding heeft gegeven, worden afgewezen. De school was immers niet verplicht om één-op-één begeleiding te gaan geven. De vordering wordt toegewezen voor een bedrag van € 4.607,50. De school heeft laten weten in beroep te gaan.

[1] Rb Oost-Brabant 14 februari 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:592
[2] Hof Arnhem-Leeuwarden 21 november 2017 ECLI:NL:GHARL:2017:10195

mr. Adri (A.B.) Noordhof
mr. Ron (R.J.M.) van Dalen
mr. Sigrid (S.J.G.A.) van Pelt

Copyright © 2020 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie