Pluraliteitsvereiste nader belicht

Om als schuldeiser met succes het faillissement van een schuldenaar aan te kunnen vragen middels indiening van een verzoekschrift tot faillietverklaring bij de bevoegde rechtbank, dient aan specifieke voorwaarden te worden voldaan. De faillietverklaring wordt – na een verzoek daartoe – uitgesproken door de rechtbank, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten of omstandigheden, welke aantonen, dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen (zie artikel 1 lid 1 Faillissementswet). Als een schuldeiser het verzoek tot faillietverklaring doet, moet ook summierlijk van zijn vorderingsrecht blijken (ex artikel 6 lid 3 Faillissementswet).

Aan de hand van de twee voorwaarden wordt bepaald of een schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Ten eerste dient sprake te zijn van meerdere schuldeisers van de schuldenaar (het zogenoemde ‘pluraliteitsvereiste’) en ten tweede dient het zo te zijn dat de schuldenaar niet meer betaalt. De afgelopen tijd is het pluraliteitsvereiste weer meermaals onderwerp van discussie geweest in gerechtelijke procedures. Om die reden worden enkele aspecten van het vereiste thans nader belicht mede aan de hand van een aantal uitspraken.

De voor toewijzing van een verzoek tot faillietverklaring noodzakelijke pluraliteit (van schuldeisers) wordt aangetoond als uiterlijk tijdens de faillissementszitting summierlijk het bestaan één of meer steunvordering(en) blijkt (in welk kader kan worden verwezen naar de uitspraak Rechtbank Den Haag d.d. 18 mei 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:5388). Als steunvorderingen hebben te gelden de vorderingen van derden, die de aanvrager van een faillissement opgeeft ter invulling van het pluraliteitsvereiste. Ter verduidelijking wordt benadrukt dat één schuldeiser met meerdere vorderingen geen pluraliteit oplevert. Bij arrest d.d. 24 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:488 heeft de Hoge Raad nogmaals bevestigd dat een schuldenaar die slechts één schuldeiser heeft niet failliet kan worden verklaard en dat het pluraliteitsvereiste onverkort als voorwaarde heeft te gelden.

Uit de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:774 volgt dat aan het pluraliteitsvereiste ook wordt voldaan als betaling van de steunvorderingen door een derde wordt toegezegd, maar dat nog niet is gebeurd. Kortom om de faillietverklaring te voorkomen is het van belang dat uiterlijk tijdens de faillissementszitting door de schuldenaar kan worden aangetoond dat (in ieder geval) de steunvorderingen daadwerkelijk alsnog zijn betaald. Zulks volgt ook uit het arrest Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch d.d. 14 december 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:5649, waarbij pluraliteit van schuldeisers werd aangenomen ondanks het gegeven dat er ter voldoening van alle schulden op één na een geldbedrag op de derdenrekening van de advocaat van de schuldenaar een geldbedrag gereserveerd stond.

Tot slot wordt gewezen op een uitspraak van de Hoge Raad d.d. 26 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1988. In deze zaak is geconcludeerd dat vorderingen van organen en onderdelen van de Staat, die geen rechtspersoonlijkheid bezitten, zoals de ontvanger en de belastingdienst, voor de toepassing van de Faillissementswet hebben te gelden als vorderingen van een en dezelfde schuldeiser, te weten de Staat. Vorderingen van de ontvanger of de belastingdienst kunnen dus niet als steunvordering dienen bij een verzoek tot faillietverklaring door de Staat, dat betrekking heeft op het onvoldaan blijven van een vordering van een van zijn andere organen of onderdelen.

Heeft u vragen over het voorgaande of andere insolventierechtelijke onderwerpen, neem dan contact op met onze sectie Insolventierecht.

mr. drs. Dagmar (D.D.) Dielissen-Breukers
mr. drs. Niek (N.) Vinke
mr. Sigrid (S.J.G.A.) van Pelt
mr. Rob (W.P.G.) Verstappen
mr. Tjeerd (T.G.G.) Raijmakers

Copyright © 2020 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie