Omgang met meerderjarige wilsonbekwame stiefdochter

Rechtbank Limburg 8 februari 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:1338

De rechtbank Limburg moest kort geleden oordelen over de vraag of er tussen twee meerderjarigen een omgangsregeling kan worden vastgesteld. Het ging daarbij over omgang tussen een stiefmoeder en haar stiefdochter. De stiefmoeder is in 1974 in het gezin van haar stiefdochter gekomen als oppas voor de kinderen. De stiefdochter was toen twee jaar oud. De stiefmoeder heeft sindsdien de ontwikkelingen van haar stiefdochter intensief meegemaakt en is steeds actief betrokken geweest bij de zorg voor haar stiefdochter, eerst als oppas maar vervolgens als partner van de vader. De stiefdochter is inmiddels meerderjarig. Zij is wilsonbekwaam.

Volgens de stiefmoeder heeft zij een affectieve relatie met haar stiefdochter, omdat zij haar stiefdochter regelmatig bezocht en omdat de stiefdochter regelmatig mee op vakantie ging met de stiefmoeder en vader. Sinds het overlijden van vader mag zij haar stiefdochter niet meer zien van de moeder. De stiefmoeder is om die reden een kort gedingprocedure gestart om een omgangsregeling met haar stiefdochter te bewerkstelligen.

De moeder, de broer en de zus van de meerderjarige verzetten zich tegen het verzoek van de stiefmoeder omdat er geen sprake is van een wettige of biologische band tussen de stiefmoeder en de meerderjarige en omdat er in de Nederlandse wet geen grondslag is voor een omgangsrecht tussen meerderjarigen. Evenmin zou de stiefmoeder zich kunnen beroepen op een aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens ontleend recht op “family life” (artikel 8).

Volgens de voorzieningenrechter is het aannemelijk dat er een nauwe persoonlijke betrekking is ontstaan tussen de stiefmoeder en de meerderjarige. Het recht op omgang, zoals in de wet geregeld, heeft alleen betrekking op minderjarige kinderen. Een omgangsregeling tussen meerderjarigen is aldus niet in de wet geregeld. Ook kan in beginsel een verzoek tot omgang tussen meerderjarigen niet worden toegewezen op grond van artikel 8 EVRM, omdat de andere meerderjarige zich tevens op artikel 8 EVRM kan beroepen indien hij/zij geen omgang wenst. De situatie wordt echter anders indien sprake is van een wilsbekwame meerderjarige die een omgangsregeling wenst met een wilsonbekwame meerderjarige. De wilsonbekwame meerderjarige is immers niet in staat om te bepalen of hij of zij wel of geen omgang wenst met de betreffende verzoeker. Dat sluit aan bij het standpunt van het EHRM ‘dat in beginsel geen family life bestaat tussen meerderjarigen tenzij sprake is van factoren die duiden op een zekere afhankelijkheid’(aldus: EHRM 7 november 2000, nr. 31519/96 (Kwakye-Nti and Dufie v. The Netherlands). Aannemelijk is dan ook dat tussen de stiefmoeder en de meerderjarige “family life” bestaat. De voorzieningenrechter stelt dan ook een omgangsregeling vast tussen de stiefmoeder en de wilsonbekwame meerderjarige stiefdochter van wekelijks een moment bij de stiefdochter en maandelijks een zaterdag of zondag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij stiefmoeder.

Als u meer informatie wilt over omgang kunt u contact opnemen met onze sectie Familie- en Erfrecht.

mr. Angela (A.H.) van Gerwen
mr. Geertje (G.) de Jong
mr. Adri (A.B.) Noordhof
mr. Maud (M.V.C.) van Sambeek

Copyright © 2020 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie