Mag een omgevingsvergunning worden verleend voor een plan waarvan niet vaststaat dat het uitvoerbaar is?

Stel: een ondernemer wil een loods bouwen op een plek waar dat eigenlijk niet is toegestaan. Hij vraagt daarom een omgevingsvergunning aan om af te wijken van het omgevingsplan (de nieuwe naam voor het bestemmingsplan). Maar mag de gemeente zomaar toestemming geven voor iets dat misschien helemaal niet uitvoerbaar is?
Nee, oordeelde de rechtbank Gelderland op 15 oktober 2026. En dat is belangrijker dan het klinkt.
Onder de oude wet stond het zwart op wit dat de gemeente bij zo'n vergunning in een ruimtelijke onderbouwing moest aantonen dat het plan uitvoerbaar is. Die expliciete regel verdween met de komst van de Omgevingswet in 2024. Sommige rechters concludeerden daaruit dat de uitvoerbaarheid niet meer hoefde te worden getoetst.
De rechtbank Gelderland denkt daar anders over. Naar het oordeel van deze rechtbank heeft de wetgever bij de invoering van de Omgevingswet uitdrukkelijk toegelicht dat je geen functies mag toewijzen waarvan op voorhand duidelijk is dat ze nooit verwezenlijkt kunnen worden. Bijvoorbeeld omdat geen natuurvergunning kan worden verleend.
Concreet betekent dit: als er twijfel bestaat over bijvoorbeeld het kunnen verkrijgen van de eveneens benodigde natuurvergunning of de gevolgen van het bouwplan voor beschermde diersoorten, moet de aanvrager onderbouwen waarom die twijfel de uitvoering niet in de weg staat en moet die onderbouwing door de gemeente getoetst worden. In de Gelderse zaak was dat uiteindelijk voldoende aangetoond met een vleermuisonderzoek.
De boodschap is dus helder. Een vergunning verlenen voor iets dat toch niet kan, mag gewoon niet. Als op voorhand twijfels bestaan ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het plan, moeten die twijfels aan de hand van een onderzoeksrapport worden weggenomen.
Heb je vragen over de uitvoerbaarheid van een vergunning, of andere vragen in het kader van vergunningverlening, neem dan gerust contact op.
