Invorderen verbeurde dwangsom? Dan eerst belanghebbenden horen!

Op 12 september 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan die interessant is voor de bestuursrechtelijke handhavingspraktijk. Naar aanleiding van een conclusie van advocaat-generaal Wattel heeft de Raad van State namelijk uitgesproken dat een belanghebbende in de gelegenheid moet worden gesteld te worden gehoord, voordat het bevoegde gezag besluit tot invordering van verbeurde dwangsommen over te gaan. Dat is een breuk met de oude jurisprudentie.

De Raad van State acht van belang dat de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld bijzondere omstandigheden naar voren te brengen die van invloed kunnen zijn op het besluit om over te gaan tot invordering. Hij moet die omstandigheden zelf naar voren brengen, maar het bestuursorgaan moet hem daartoe wel in staat stellen. De Raad van State is van mening dat het horen van de overtreder daar bij uitstek de geschikte manier voor is.

Omdat in de casus die leidde tot de uitspraak van 12 september 2018 de overtreder niet was gehoord voordat besloten werd tot invordering, heeft de Raad van State het invorderingsbesluit vernietigd. Verwacht mag worden dat voortaan aan de overtreder wordt gevraagd of hij wil worden gehoord, voordat een invorderingsbesluit wordt genomen. Het is dan vervolgens aan het bevoegde gezag om te beoordelen of hetgeen de overtreder aanvoert, voldoende is om af te zien van invordering van verbeurde dwangsommen.

Bron: uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2956.

mr. Huub (H.G.M.) van der Westen
mr. drs. Koen (F.K.) van den Akker
mr. Marcel (M.J.A.) Verhagen
mr. Hans (J.F.H.M.) van der Velden

Copyright © 2020 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie