Gevangen in een religieus huwelijk

Op 9 augustus jl. sprak de rechtbank Oost-Brabant tussen een echtpaar de echtscheiding uit. Mevrouw X had de echtscheiding verzocht en zij had ook gevraagd om te bepalen dat haar man medewerking moest verlenen aan de totstandkoming van de Islamitische echtscheiding. De rechtbank wees dat verzoek af.

Met Islamitische echtscheiding wordt de ontbinding van een informeel religieus huwelijk bedoeld. Het verschil met de ontbinding van het burgerlijke huwelijk is dat dit religieuze huwelijk niet kan worden ontbonden met het uitspreken van de echtscheiding door de rechter. De vrouw heeft voor het beëindigen van het religieuze huwelijk meestal de medewerking van de man nodig. Als hij die medewerking weigert, blijft de vrouw als het ware gevangen in het huwelijk en dat kan haar in haar persoonlijke vrijheid ernstig beperken. Op welke wijze kan zij de rechter dan vragen om hierin een voorziening te treffen.

In 1982 heeft de Hoge Raad zich hierover al uitgelaten. De weigering van de man om het nodige te doen om tot een religieuze echtscheiding te komen, kan volgens de Hoge Raad onrechtmatig zijn wanneer deze weigering in strijd is met de zorgvuldigheid die de man in het maatschappelijk verkeer jegens de vrouw in acht behoort te nemen. Als dat het geval is, kan de rechter de man op grond van onrechtmatige daad veroordelen zijn medewerking te verlenen aan een religieuze echtscheiding. Deze veroordeling kan kracht worden bijgezet door een dwangsom op te leggen.

Als de vrouw medewerking aan de religieuze echtscheiding verzoekt, zal zij de rechter goed moeten informeren over de omstandigheden die maken dat er sprake is van onrechtmatig gedrag van de man. Zij zal bijvoorbeeld aannemelijk moeten maken in welke mate het uitblijven van een religieuze echtscheiding haar in haar verdere levensmogelijkheden beperkt. Als de man zijn bezwaren tegen medewerking kenbaar maakt, zal de rechter die moeten afwegen tegenover de wens van de vrouw en haar argumenten. En er moet rekening worden gehouden met eventuele kosten die aan de medewerking van de man zijn verbonden.

De medewerking kan alleen als nevenvoorziening worden gevraagd in een echtscheidingsprocedure als de behandeling van het verzoek niet tot onnodige vertraging van de procedure zal leiden. Om een tweede procedure te voorkomen, is het dus raadzaam om er voor te zorgen dat het verzoek zodanig (met bewijsstukken) is onderbouwd dat er geen aanvullend onderzoek nodig is.

De jurisprudentie wijst uit dat goed gemotiveerde verzoeken tot medewerking doorgaans worden toegewezen. De rechtbank Oost-Brabant wees het verzoek van mevrouw X af, omdat zij alleen had gesteld dat het voor haar onduidelijk is of haar man medewerking zal verlenen aan de formaliteiten voor de echtscheiding naar Islamitisch recht. Haar man had oorspronkelijk verweer gevoerd, maar zich uiteindelijk gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het bleek dus niet dat de man niet - op alle wijzen zoals het Islamitisch recht dit vereist - zijn medewerking zal verlenen aan de Islamitische echtscheiding. Dat was de reden van afwijzen van het verzoek.

Het wetsvoorstel tegengaan huwelijkse gevangenschap zal een verbetering moeten brengen in de (procedurele) positie van de vrouw die gevangen zit in een religieus huwelijk. Dit voorstel wijzigt de maatstaf voor de beoordeling van het verzoek om medewerking aan de beëindiging van het religieuze huwelijk niet, maar schept wel nadrukkelijk de mogelijkheid om het verzoek in de echtscheidingsprocedure te doen ongeacht of de procedure daardoor vertraging oploopt.

Als u vragen heeft of bijstand nodig heeft bij de ontbinding van uw burgerlijke huwelijk en / of religieuze huwelijk, dan kunt u contact met ons kantoor opnemen.

mr. G. de Jong

 

 

Copyright © 2019 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie