Gebruiksregel in bestemmingsplan kan gebruik conform oude bouwvergunning niet verbieden!

In een uitspraak van 24 januari 2018 heeft de Raad van State weer eens de betekenis van oude bouwvergunningen in relatie tot het bestemmingsplan duidelijk gemaakt. De zaak ging over een prostitutiebedrijf in Den Haag. De gemeente Den Haag had in 2000 een bestemmingsplan vastgesteld waarin het gebruik van panden voor prostitutiedoeleinden was geregeld. Bestaande prostitutiebedrijven waren als zodanig bestemd en daarbij was een inventarislijst bijgevoegd waarin per prostitutiebedrijf precies het toegestane aantal vitrines en werkkamers was vastgelegd. Een verdere uitbreiding van het aantal vitrines en werkkamers werd in een gebruiksregel in het bestemmingsplan verboden. In 2016 stelde de gemeente een nieuw bestemmingsplan vast, waarin de regeling voor prostitutiebedrijven uit 2000 ongewijzigd werd overgenomen. Tegen dat bestemmingsplan stelde één van de gevestigde prostitutiebedrijven beroep in.

Het bedrijf beriep zich daarbij op een tweetal oude bouwvergunningen uit 1985 en 1987. Op grond van die bouwvergunningen mocht het bedrijf (onder meer) nog vijf extra werkkamers bouwen. Dat had het bedrijf ook gedaan, maar pas bij een verbouwing in 2004. Dat was dus ná de inwerkingtreding van het bestemmingsplan uit 2000, waarin de uitbreiding van het aantal werkkamers en vitrines was verboden. De gemeente stelde zich om die reden op het standpunt dat zij de vijf extra kamers in het bestemmingsplan van 2016 niet hoefde op te nemen op de inventarislijst van toegestane werkkamers en vitrines. Het prostitutiebedrijf mocht de werkkamers in 2004 nog wel bouwen, maar had deze vanwege het toen al geldende gebruiksverbod niet meer als zodanig in gebruik mogen nemen, aldus de gemeente.

De Raad van State oordeelt op 24 januari 2018 anders. Als een omgevingsvergunning voor het bouwen (voorheen: bouwvergunning) wordt verleend voor een bepaald doel (in dit geval een gebruik als prostitutiebedrijf met vijf extra werkkamers) dan mag het vergunde bouwwerk ook voor dat doel worden gebruikt. Een eventueel gebruiksverbod in het bestemmingsplan brengt daar geen verandering in. Het beroep van het prostitutiebedrijf werd gegrond verklaard. De gemeente Den Haag zal een nieuw bestemmingsplan voor het bedrijf moeten vaststellen, waarin het rekening moet houden met de legaal aanwezige vijf extra werkkamers.

mr. Huub (H.G.M.) van der Westen
mr. drs. Koen (F.K.) van den Akker
mr. Marcel (M.J.A.) Verhagen
mr. Hans (J.F.H.M.) van der Velden

Copyright © 2020 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie