Erfbelasting in 2026, de nieuwe regels

Je staat er liever niet te vaak bij stil, maar vroeg of laat krijgt iedereen ermee te maken: erfbelasting. Per 1 januari 2026 is er het nodige veranderd. Wat betekent dat in de praktijk? We zetten de belangrijkste wijzigingen voor je op een rij.
Aangiftetermijn
De aangiftetermijn voor de erfbelasting in Nederland is verlengd van acht maanden naar twintig maanden na het overlijden van de erflater. Daarbij is ook het startmoment van de berekening van de belastingrente aangepast naar twintig maanden na overlijden. Voor overlijdens die op of na 1 januari 2026 plaatsvinden, kunnen de voornoemde termijnen worden gehanteerd. Dit is een positieve ontwikkeling, omdat het nabestaanden meer tijd geeft om een volledige aangifte op te stellen.
Vrijstellingen
De vrijstelling voor erfbelasting is het deel van de erfenis waarover je geen belasting hoeft te betalen. De hoogte van de vrijstelling is afhankelijk van de relatie tussen erflater en erfgenaam. Als je een erfenis krijgt, betaal je alleen belasting over het bedrag dat boven de vrijstelling uitkomt.
In 2026 is een inflatiecorrectie toegepast op de in 2025 geldende vrijstellingen. Deze correctie leidt tot de volgende verhogingen:
- Echtgenoot, geregistreerde partner of samenwonende partner: € 804.698 (2025) → € 828.035 (2026);
- Kind, pleegkind, stiefkind of kleinkind: € 25.490 (2025) → € 26.230 (2026);
- Achterkleinkind: € 2.690 (2025) → € 2.769 (2026);
- Kind met een beperking: € 76.453 (2025) → € 78.671 (2026);
- Ouders: € 60.359 (2025) → € 62.110 (2026);
- Overige erfgenamen (broer/zus, neef/nicht, vrienden): € 2.690 (2025) → € 2.769 (2026).
Tarieven
Om het voor een erfgenaam toepasselijke tarief te bepalen, trek je eerst de vrijstelling van het ontvangen bedrag af, waarna over het restant een tarief wordt vastgesteld. De grens tussen de eerste en tweede schijf is dit jaar gestegen van € 154.197 naar € 158.669.
Tot dit bedrag betalen de partner en kinderen van de erflater 10% erfbelasting, kleinkinderen en verdere afstammelingen 18% en overige erfgenamen 30%. Over het bedrag boven deze grens betalen partners en kinderen 20%, kleinkinderen en verdere afstammelingen 36% en overige erfgenamen 40%.
Schenkbelasting
Ter vereenvoudiging van de administratieve afhandeling van een nalatenschap is besloten dat schenkingen die binnen 180 dagen voor het overlijden van de schenker plaatsvinden, direct worden behandeld als onderdeel van de nalatenschap. Voor die schenkingen hoeft dus niet langer aangifte schenkbelasting te worden gedaan.
Daarnaast wordt een heffing toegevoegd als een echtgenoot bij ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap meer dan de helft daarvan ontvangt. Dit betekent dat vanaf 16 september 2025 schenk- en erfbelasting wordt geheven over het deel van de huwelijksgoederengemeenschap dat de 50% overstijgt.
Biologische kinderen
Met een aanpassing in de Successiewet wordt ervoor gezorgd dat biologische, maar niet-erkende kinderen voortaan gelijk worden gesteld aan erkende kinderen. Dit betekent dat zij over schenkingen en erfenissen van hun ouders minder schenk- en erfbelasting betalen.
Zij krijgen daarmee recht op de hoge kindvrijstelling en het lage tarief van 10% of 20%, in plaats van het hogere tarief voor overige erfgenamen van 30% of 40%. Voor deze aanpassing was het in sommige gevallen al mogelijk om een biologisch kind als juridisch kind te laten behandelen, maar dit was geen zekerheid. De nieuwe regels brengen hier verandering in.
Wel moet worden vastgesteld dat het daadwerkelijk om het biologische kind van de erflater gaat, bijvoorbeeld door middel van een DNA-onderzoek.
