Een hapje proeven reden voor ontslag op staande voet?

Voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet is onder meer nodig dat een werkgever een dringende reden heeft om de betreffende werknemer te ontslaan. Een ontslag op staande voet heeft aanzienlijke gevolgen voor de werknemer en daarom dient hiermee terughoudend te worden omgegaan.

In de rechtspraak zijn genoeg voorbeelden te vinden waarbij een werknemer op staande voet ontslagen wordt vanwege een (relatief) kleine diefstal. Zo kennen we bijvoorbeeld de zaak waarbij de werknemer een aantal nootjes uit een geopende verpakking at dat op grond van het beleid van de onderneming weggegooid moest worden. Dat was voldoende reden om de werknemer op staande voet te ontslaan. In een zaak waarin het ging om het meenemen van twee flessen motorolie, oordeelde de Hoge Raad dat dit – gelet op de feiten en omstandigheden – onvoldoende was om de werknemer in kwestie op staande voet te ontslaan.

Onlangs is een uitspraak gepubliceerd waarbij een flow coördinator van een cateringbedrijf voor vliegtuigmaatschappijen een stukje varkensvlees geproefd had, naar aanleiding waarvan de werkgever de betreffende werknemer op staande voet heeft ontslagen. De werknemer verweerde zich door te stellen dat zij naar aanleiding van een vraag van een collega, een stukje geproefd had om vast te kunnen stellen of het product een stukje vlees of vis was. Het proeven was volgens de werknemer op dat moment noodzakelijk voor afronding van het productieproces. Volgens de werkgever had de betreffende werknemer als een ervaren kok ook met enkel een blik op het product moeten kunnen zien of het een stukje vlees of vis betrof.

De kantonrechter overweegt dat nergens uit blijkt dat de werknemer andere bedoelingen had met het proeven, dan het vaststellen van het type product op de vraag van een collega. Daarom kan dit handelen van de werknemer niet gezien worden als het zich onrechtmatig toe-eigenen van een product van werknemer of het nuttigen van voedsel. Ondanks dat werkgever strikte regels handhaaft waar het gaat om het wegnemen van producten, hoefde het voor werknemer niet duidelijk te zijn dat het proeven van een stukje product in geval van twijfel zou leiden tot ontslag op staande voet. Een uitdrukkelijke instructie met betrekking tot het al dan niet mogen proeven, is niet gecommuniceerd door de werkgever. Daarnaast speelt nog mee dat werkgever zelf had aangegeven - ook richting haar medewerkers - dat het afleveren van kwaliteit en het aanleveren van de juiste maaltijden het allerbelangrijkste is.

Tot slot worden net als altijd alle omstandigheden van het geval meegewogen in de belangenafweging. Gelet op de ernst van het voorval en de duur van het dienstverband was een waarschuwing eerder op zijn plaats geweest volgens de kantonrechter. Te meer nu de werknemer had aangegeven dat de werkgever bij een collega met een vergelijkbaar lang dienstverband en waarbij onbetwist sprake was van het op onrechtmatige wijze toe-eigenen van een product van de werkgever, heeft volstaan met een waarschuwing. De kantonrechter gaat over tot vernietiging van het ontslag op staande voet. De werkgever dient het loon over de periode van het ontslag inclusief wettelijke verhoging en wettelijke rente te voldoen aan werknemer en de werknemer kan weer aan de slag bij de werkgever.

In dit geval liep het dus goed af voor de werknemer, maar dat lag niet aan de geringe waarde van wat er geproefd was door de werknemer.

D.M.L. Heberle

Copyright © 2019 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie