Een fietsenhok naast je woning: mag dat zomaar?

Op 10 september 2025 heeft de Raad van State een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:4341) gedaan over waar een achtererfgebied bij een woning ligt. Waar deze zich bevindt, was namelijk van belang bij de vraag of een fietsenhok gebouwd had mogen worden naast een woning. In deze blog lichten wij de uitspraak van de Raad van State nader toe en leggen wij uit waarom het van belang is om te bepalen wat een achtererfgebied is als het gaat om de realisatie van een fietsenhok (maar ook van bijvoorbeeld een overkapping, een schuurtje of een veranda) bij je woning.
Vergunningsvrij bouwen?
In Nederland gelden er regels voor als je een bouwwerk wil bouwen. Voor sommige bouwwerken (bijvoorbeeld een schuurtje, een fietsenhok, een veranda of een overkapping bij je woning) heb je soms géén omgevingsvergunning nodig. Dit heet “vergunningsvrij bouwen”. Vergunningsvrij bouwen mag slechts als je aan bepaalde voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden zijn voor het technische gedeelte vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en voor het ruimtelijke deel in het (tijdelijke deel van het) Omgevingsplan van je gemeente. Eén van de vereisten is dat het bouwwerk moet staan in het zogenaamde “achtererfgebied”.
Wat is het achtererfgebied?
Om te weten of je vergunningsvrij mag bouwen op het achtererfgebied is het natuurlijk essentieel dat je weet waar dit gebied zich überhaupt bevindt rond jouw huis. De wet zegt dat het achtererfgebied het gebouwerf is dat begint op 1 meter achter de voorkant van het hoofdgebouw. Als het gebouwerf niet grenst aan openbaar toegankelijk gebied, dan loopt deze lijn vanaf de zijkant van het hoofgebouw door tot aan de perceelgrens met het naastgelegen perceel. Grenst het gebouwerf wel aan openbaar gebied, dan loopt de lijn vanaf de zijkant van het hoofgebouw parallel met het aangrenzend openbaar gebied. Als het gaat om een rijtjeshuis, twee-onder-een-kap of een vrijstaande woning, waarvan duidelijk is wat de voorkant is én waarvan de voorgevel recht loopt, is het achtererfgebied makkelijk te bepalen. Maar hoe zit het als niet duidelijk is wat de voorkant van de woning is? Of als de voorgevel verspringt (bij bijvoorbeeld een L-vormige of T-vormige woning, of bij een aanbouw die verder naar achter ligt)? Over de vraag waar het achtererfgebied ligt, bestaat vaker discussie, zo ook in de recente uitspraak van de Raad van State.
De zaak: wat speelde er?
Een inwoner van de gemeente Drunen had een fietsenhok naast zijn woning gebouwd en vroeg daarvoor een omgevingsvergunning aan. De gemeente Drunen weigerde die vergunning, omdat deze niet voldeed aan de regels in het bestemmingsplan (tegenwoordig: het Omgevingsplan). Daarnaast oordeelde de gemeente dat het fietsenhok niet vergunningsvrij gebouwd had mogen worden, omdat het fietsenhok niet in het achtererfgebied lag. De bewoner was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter. Uiteindelijk belandde de zaak bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechter in Nederland.
De zaak: wat oordeelde de Raad van State?
Volgens de Raad van State had de gemeente een verkeerde uitleg gegeven aan het begrip achtererfgebied. De gemeente keek namelijk naar een kleine uitbouw aan de zijkant van de woning (en die 1 meter verder naar achteren lag dan het grootste gedeelte van de woning) en nam die mee in de berekening van de voor- en achtergevel. Hierdoor lag het fietsenhok volgens de gemeente niet in het achtererfgebied en had deze daarom niet vergunningsvrij gebouwd kunnen worden. Dat was volgens de Raad van State onterecht.
De Raad van State bevestigt in haar uitspraak van 10 september 2025 eerst dat de voorkant (voorgevel) van een hoofdgebouw de gevel is die hoort bij het grootste en belangrijkste deel van het gebouw. Kleine uitbouwen zoals erkers tellen hierbij niet mee. Meestal is de voorgevel de gevel met de grootste oppervlakte aan de voorkant. Soms heeft een gebouw meer dan één voorgevel, bijvoorbeeld als het gebouw een L- of T-vorm heeft. Dan kunnen meerdere geveldelen samen de voorkant vormen. In zulke gevallen mag de lijn die het achtererfgebied aangeeft ook meebuigen met de vorm van die geveldelen. Uitbouwen aan de zijkant van een gebouw tellen meestal niet mee als voorgevel. Alleen als zo'n uitbouw duidelijk een uitbreiding is van het hoofdgebouw (bijvoorbeeld omdat het er helemaal bij hoort qua ontwerp én over alle verdiepingen gaat), dan telt de voorkant van die uitbouw ook mee als voorgevel.
Ten aanzien van de woning in de gemeente Drunen oordeelde de Raad van State dat de gevel van het grootste gedeelte van de woning de voorgevel was. De uitbouw aan de zijkant telde niet mee, omdat die door de uiterlijke kenmerken (lagere goot- en bouwhoogte) duidelijk ondergeschikt was aan de hoofdmassa en daarom als bijgebouw aangemerkt diende te worden.
Door bovenstaande beoordeling van de Raad van State lag het fietsenhok wél in het achtererfgebied en had deze daarom (als ook aan de andere voorwaarde wordt voldaan) vergunningsvrij gebouwd mogen worden.
Juridisch advies nodig
De uitspraak van de Raad van State van 10 september 2025 laat zien dat het lang niet altijd duidelijk is of je iets vergunningsvrij mag bouwen. Zelfs gemeenten kunnen het mis hebben. En een verkeerde beoordeling kan leiden tot onnodige kosten, vertraging of zelfs een last onder dwangsom als je bouwwerk wordt gezien als illegaal.
Mocht je erover nadenken om een bouwwerk in je tuin te bouwen? Of heb je een geschil met de gemeente over een al gebouwd bouwwerk? Neem dan gerust contact met ons op. Onze sectie Omgevingsrecht kijkt graag met je mee.
