De verhuiskostenvergoeding in geval van renovatie nader toegelicht

Enige tijd geleden wees het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een arrest over de verhuiskostenvergoeding bij renovatie van een huurwoning.[1] Indien er een noodzaak is tot verhuizing, heeft een huurder namelijk recht op die vergoeding, zo is bepaald in de wet en nader ingevuld in de jurisprudentie. Bovendien is hier een vast minimumbedrag voor vastgesteld, dat jaarlijks weer opnieuw wordt vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en vanaf 28 februari 2019 € 6.095,- bedraagt. Maar wanneer is er nu een noodzaak en hoe wordt de vergoeding bepaald? Daarover ging ook het genoemde arrest.

Voordat ik inga op het arrest, dien ik op te merken dat de verhuiskostenvergoeding zowel geldt voor zelfstandige woningen als voor woonwagens en standplaatsen. Daarnaast geldt dat de regeling zowel bij renovatie waarbij het huurcontract doorloopt als bij renovatie of sloop waarbij het huurcontract eindigt, van toepassing is.

Het ging in dit geval om renovatie van diverse woningen in een flatgebouw. De verhuurder wenst een en ander te renoveren door het aanbrengen van dubbel glas, liften, verwarming in elke kamer, mechanische ventilatie, beter isolatie en het vervangen van oudere keukens en sanitair. In het renovatievoorstel dat werd gedaan, ging de verhuurder ervan uit dat verhuizing niet nodig was. Er zou maximaal twee weken achtereen in een woning worden gewerkt, zo was daarin ook te lezen. Huurster ging echter niet akkoord. Haar zoon werd namelijk geopereerd in de week voordat een aanvang werd genomen met de werkzaamheden en had een hygiënische en rustige thuisomgeving nodig voor de zes weken daarna. Huurster heeft daarom vervolgens, na voorstel daartoe van verhuurder, drie weken verbleven in een wisselwoning. Tevens heeft zij aanspraak gemaakt op de verhuiskostenvergoeding, maar die weigerde de verhuurder te voldoen omdat er geen noodzaak was.

De verhuurder was van mening dat de verhuizing vrijwillig was en voerde tevens aan dat de woning gemeubileerd was en dat het een verblijf van slechts drie weken was, dus niet als verhuizing kon worden gezien.. Het hof schuift deze argumenten echter aan de kant: het was namelijk niet vrijwillig, omdat huurster haar zoon moest verzorgen, dat zij aanpassingen moest doen aan de woning en ook eigen inventaris nodig had om drie weken in de wisselwoning te kunnen verblijven.

Tot slot gaat het hof ook nog in op de matiging van de vergoeding door de kantonrechter en oordeelt het hof in tegenstelling tot de kantonrechter dat de volledige verhuiskostenvergoeding dient te worden toegekend. De wetgever heeft namelijk gekozen voor een dwingendrechtelijke regeling met een forfaitaire minimumbijdrage. Dat het gaat om een korte verhuizing, is daarbij niet van belang en ook dan geldt dus het minimumbedrag.

Bent u verhuurder en bent u van plan over te gaan tot renovatie of bent u huurder en wil uw verhuurder overgaan tot renovatie? Denk dan aan de verhuiskostenvergoeding! Is er een noodzaak tot verhuizing, dan is deze namelijk verschuldigd. Mocht u hierover of over andere huurrechtelijke kwesties vragen hebben, schroomt u dan niet om contact op te nemen met onze sectie Onroerend goedrecht.

Mr. R.A. van Helvoirt

[1] ECLI:NL:GHARL:2018:10766

Copyright © 2019 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie