De expat in scheiding, deel IV

Dit is het vierde en laatste deel van een reeks blogs over de expat in scheiding. U werd in de vorige delen geïnformeerd over de rechtsmacht en het toepasselijke recht ten aanzien van de scheiding, de gevolgen daarvan voor de kinderen en de alimentatie. Deze blog gaat over de vraag of u ten aanzien van het huwelijksvermogensrecht als expat terecht kunt bij de Nederlandse rechter en welk recht hij toepast. Het gaat dan met name om verzoeken over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden.

De Nederlandse rechter heeft op grond van art. 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht met betrekking tot verzoeken die zien op het huwelijksvermogensrecht als de Nederlandse rechter bevoegd is op het verzoek tot echtscheiding te beslissen. Hij zal vervolgens moeten nagaan welk huwelijksvermogensrecht van toepassing is. De huwelijksdatum bepaalt welke regeling hij daarvoor moet volgen. In deze blog bespreek ik alleen de situatie voor huwelijken die zijn gesloten op of na 1 september 1992. Het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 is op die huwelijken van toepassing.

Het verdrag geeft de mogelijkheid aan echtgenoten om zelf te kiezen welk recht van toepassing is op hun huwelijksvermogensregime. Als zij geen keuze hebben uitgebracht, geldt het recht van het land waar zij hun gewone verblijfplaats na het huwelijk hadden. Op deze laatste regel kunnen uitzonderingen gelden als de echtgenoten een gemeenschappelijke nationaliteit hebben. Als de echtgenoten namelijk de gemeenschappelijke nationaliteit van een nationaliteitsland hebben dat bij het verdrag is aangesloten en zich in hetzelfde land vestigen, dan geldt het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit. Als twee Nederlanders direct na het huwelijk in Italië gaan wonen, dan beheerst het Nederlandse recht dus toch het huwelijksvermogensregime. Deze uitzondering geldt echter niet als de echtgenoten vóór het huwelijk al vijf jaar in een woonplaatsland woonden en daar na het huwelijk blijven wonen.

Als de echtgenoten een gemeenschappelijke nationaliteit bezitten van een land dat niet is aangesloten bij het verdrag en zij gaan wonen in een nationaliteitsland, dan geldt ook het recht van hun gemeenschappelijke nationaliteit.

Bij echtgenoten met een gemeenschappelijke nationaliteit die zich niet in hetzelfde land vestigen, geldt ook het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit.

In de situatie waarin de echtgenoten direct na het huwelijk niet in hetzelfde land gaan wonen en er ook geen sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit, wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door het recht van de staat waarmee het het nauwst verbonden is. Dat wordt beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

De mogelijkheid bestaat dat het toepasselijke recht tijdens het huwelijk wijzigt. In deze blog zal ik daar niet verder ingaan.

Voor huwelijken die na 29 januari 2019 zullen worden gesloten geldt de EU-verordening inzake huwelijksvermogensrecht (2016/1103). Als deze echtgenoten geen rechtskeuze uitbrengen, geldt het recht van het land waar zij na het sluiten van hun huwelijk hun eerste gewone gemeenschappelijke verblijfplaats hebben. Als zij niet in hetzelfde land wonen, geldt het recht van hun gemeenschappelijke nationaliteit. Als zij die ook niet hebben, geldt het recht van het land waar zij beide ten tijde van het sluiten van het huwelijk de nauwste band mee hebben.

Als u vragen heeft of bijstand nodig heeft voor een eenzijdige of gemeenschappelijke echtscheiding (mediation), dan kunt u contact met ons kantoor opnemen. Indien gewenst kan de bijstand ook in het Engels plaatsvinden.

mr. Geertje (G.) de Jong

Copyright © 2019 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie