Arbeidsrecht meets strafrecht

Af en toe komen we een uitspraak tegen waarbij het arbeidsrecht het strafrecht raakt. Denk daarbij aan de situatie dat een werkgever verneemt dat een van zijn werknemers wordt verdacht van een strafbaar feit of daar zelfs voor is veroordeeld. De werkgever ziet zich veelal voor de vraag geplaatst of en zo ja, welke – mogelijke – arbeidsrechtelijke gevolgen aan deze concrete verdenking of veroordeling moeten worden verbonden. Deze “samenloop” van arbeidsrecht en strafrecht vraagt om aandacht en de praktijk is hierover niet altijd even eenduidig.

Een voorbeeld van een “samenloop” is de uitspraak van de kantonrechter te Amsterdam van 12 februari 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:694) over de straatracende piloot van Transavia.

Op 16 maart 2016 vond in Loosdrecht als gevolg van een straatrace een ernstig ongeval plaats waarbij een persoon om het leven is gekomen. Een piloot van Transavia nam samen met zijn vader deel aan de straatrace. De piloot reed achter zijn vader toen zijn vader op het slachtoffer inreed. Naar aanleiding van de ontstane media-aandacht over dit ongeval heeft Transavia de piloot uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dit gesprek heeft de piloot aangegeven dat hij niet met extreem hoger snelheid had gereden en voldoende afstand ten opzichte van zijn vader had gehouden. Na het ongeval is de piloot gehoord in de strafzaak. Na voornoemd gesprek is de piloot een aanvullende opleiding bij Transavia gaan volgen, welke hij met goed resultaat heeft afgerond. Aansluitend heeft Transavia het bepaalde tijd contract van de piloot omgezet in een onbepaalde tijd contract. Op 17 november 2016 is de piloot strafrechtelijk veroordeeld voor het samen met zijn vader veroorzaken van gevaar op de weg. Dit was voor Transavia aanleiding om de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Volgens de kantonrechter kunnen strafrechtelijke gedragingen een rol spelen in de arbeidsrechtelijke verhoudingen tussen werknemer en werkgever als er sprake is van een duidelijke relatie tussen die gedragingen en het werk. In deze kwestie is er naar het oordeel van de kantonrechter een zekere relatie tussen de gedragingen en de werkzaamheden als piloot. Echter, een eenmalig extreem gevaarzettend handelen rechtvaardigt volgens de kantonrechter geen ontbinding. Evenmin rechtvaardigen de overige omstandigheden van het geval een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Van belang achtte de kantonrechter dat Transavia met de piloot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan, terwijl de piloot als verdachte in de strafzaak is gehoord. Daardoor is bij de piloot het vertrouwen gewekt dat een eventuele strafrechtelijke veroordeling geen gevolgen zou hebben voor zijn werk als piloot. Daarnaast heeft Transavia geen nader onderzoek gedaan naar de mogelijke veiligheidsrisico’s die gepaard zouden kunnen gaan met de inzet van de werknemer als piloot. Tenslotte heeft Transavia zich ter onderbouwing van haar ontbindingsverzoek gebaseerd op de inhoud van het strafvonnis, terwijl de piloot de daarin bewezen verklaarde gedragingen heeft weersproken en tegen het vonnis in hoger beroep is gegaan. Het ontbindingsverzoek wordt gezien het voorgaande afgewezen.

Gezien het voorgaande is het zowel voor een werkgever als werknemer verstandig om juridisch advies in te winnen over de mogelijkheden van ontslag als er een strafrechtelijk onderzoek naar een werknemer loopt.

Mocht u vragen hebben over het bovenstaande of over andere arbeidsrechtelijke onderwerpen neemt u dan gerust contact op met onze sectie arbeidsrecht:

mr. Marcel (M.) Kokx
mr. Laurys (L.J.H.) Stein
mr. Daniëlle (D.M.L.) Heberle
mr. Ellen (E.H.T.) Kleeven

Copyright © 2019 Boskamp & Willems advocaten / Disclaimer & Privacy / Voorwaarden / Cookies / Orde van Advocaten / Klachtenregeling / Links / Webdesign Applepie